Verplichtingen
De open categorie: A1, A2 en A3
De open categorie dekt de vlucht met een laag risico: onder 120 meter, in direct zicht, zonder vlucht boven een mensenmenigte, met een toestel van minder dan 25 kilo. Zij valt uiteen in drie subcategorieën, A1, A2 en A3, naargelang de afstand tussen u en de personen die niet aan de vlucht deelnemen.
De open categorie is het regime van de vlucht met een laag risico. Drie voorwaarden bakenen haar af: blijf onder 120 meter, houd het toestel in direct zicht, en ga nooit boven een mensenmenigte. De maximale startmassa blijft onder 25 kilo.
Wat u binnen die grenzen mag, hangt af van één gegeven: hoe dicht u komt bij mensen die niet aan de vlucht deelnemen.
A1, boven personen vliegen
A1 is voorbehouden aan de lichtste toestellen. Klasse C0 onder 250 gram, en klasse C1, waarvan het eerste criterium de energie is die bij een botsing op een menselijk hoofd wordt overgedragen (minder dan 80 joule), met een startmassa onder 900 gram als alternatief. Wie enkel het gewicht in het hoofd houdt, kent dus maar de helft van het criterium.
Een niet-betrokken persoon overvliegen is er toegelaten, een mensenmenigte nooit. Voor C1 luidt de regel voorzichtiger: u moet redelijkerwijs mogen aannemen dat u niemand overvliegt, en een onverwachte overvlucht zo kort mogelijk houden. C1 vraagt bovendien dat directe identificatie op afstand en geobewustzijn actief en bijgewerkt zijn.
Voor klasse C1 hoort daar een onlineopleiding bij, met een examen van 40 meerkeuzevragen en een slaagdrempel van 75 procent. Onder 250 gram is die opleiding niet verplicht. Op het droneportaal heet het document het A1/A3-certificaat; de verordening spreekt zelf over een bewijs van voltooiing van de onlineopleiding.
A2, dicht bij personen werken
Uitsluitend klasse C2, onder 4 kilo, met actieve directe identificatie op afstand en actief geobewustzijn. Privé vervaardigde toestellen komen er niet in, en toestellen zonder klassemarkering evenmin.
U vliegt over niemand heen en u houdt een horizontale afstand van minstens 30 meter aan. Die zakt tot 5 meter zodra de lagesnelheidsmodus aanstaat, en dan pas nadat u het weer, de prestaties van het toestel en de afzondering van het overvlogen gebied hebt beoordeeld.
A2 vraagt het bewijs van vakbekwaamheid als piloot op afstand, in de Belgische handel het A2-brevet. Die weg loopt in een vaste orde: eerst het theoretische examen A1/A3, daarna een praktische zelfopleiding in de omstandigheden van A3, en ten slotte een bijkomend theoretisch examen van minstens 30 vragen over meteorologie, vluchtprestaties en de beperking van het risico op de grond.
A3, ver van bewoning blijven
Klassen C2, C3 en C4, privé vervaardigde toestellen onder 25 kilo, en toestellen zonder klassemarkering onder 25 kilo.
De regel is een afstand: minstens 150 meter van woon-, handels-, industrie- en recreatiegebieden. U werkt waar u redelijkerwijs mag aannemen dat niemand buiten de vlucht in gevaar komt, en dat voor de volle duur van de vluchtuitvoering.
Komt er toch iemand binnen uw perimeter, dan geeft de Europese consolidatie van de EASA een aanvaardbare wijze van naleving: houd minstens 30 meter afstand én minstens de vlieghoogte aan. Vliegt u op 40 meter hoog, dan blijft u ook 40 meter van die persoon verwijderd. Dat is de zogenaamde één-op-éénregel, en zij staat enkel in het Engelstalige document.
De klassen op één rij
| Klasse | Maximale startmassa | Subcategorie |
|---|---|---|
| C0 | minder dan 250 g | A1 |
| C1 | minder dan 900 g, of minder dan 80 J | A1 |
| C2 | minder dan 4 kg | A2 en A3 |
| C3 | minder dan 25 kg, minder dan 3 m | A3 |
| C4 | minder dan 25 kg, zonder automatische modus | A3 |
De klassen C5 en C6 bestaan eveneens, maar zij horen niet bij dit regime. Zij dienen de standaardscenario’s van de specifieke categorie. Een markering laat zich trouwens niet achteraf verwerven; de fabrikant brengt haar in de fabriek aan, en daar houdt het op.
Uw toestel draagt geen klassemarkering
Dat is het geval voor zo goed als alles wat vóór 2024 verkocht is, en het is het punt dat in de Vlaamse dronewereld het vaakst verkeerd wordt begrepen.
Twee regelingen hebben elkaar opgevolgd en worden voortdurend door elkaar gehaald. De overgangsperiode van artikel 22, die onder meer een toestel van minder dan 2 kilo op 50 meter van personen toeliet, is op 31 december 2023 gedoofd. Elke pagina die haar nog als geldend recht beschrijft, is fout.
De tweede regeling staat in artikel 20 en heeft geen einddatum. Zij blijft dus gelden, ook in 2030. Voor een toestel dat vóór 1 januari 2024 op de markt is gebracht:
| Maximale startmassa | Toegankelijke subcategorie |
|---|---|
| minder dan 250 g | A1 |
| van 250 g tot 25 kg | alleen A3 |
| 25 kg en meer | open categorie uitgesloten |
Onthoud het gevolg: A2 blijft gesloten voor toestellen zonder klassemarkering. Een toestel van 900 gram uit 2022 hoort op 150 meter van bewoond gebied, hoeveel vlieguren u ook achter u hebt. Geen sticker en geen ombouw brengen daar verandering in.
Een woordkeuze met juridisch gewicht: de tekst spreekt over op de markt brengen vóór 1 januari 2024, niet over de dag waarop u betaald hebt. En omdat deze toestellen geen opgegeven startmassa dragen, mag u ze vóór de vlucht op een weegschaal leggen om uw drempel te kennen.
Vanaf welke leeftijd u mag vliegen
België heeft de Europese ondergrens verlaagd. Het koninklijk besluit van 8 november 2020 zet in artikel 7 de minimumleeftijd van de piloot op afstand op 14 jaar in A1 en in A3, en houdt hem op 16 jaar in A2. De verordening zelf gaat uit van 16 jaar en laat de lidstaten toe lager te gaan; ons land heeft van die mogelijkheid gebruikgemaakt.
Voor een dronespeelgoed in de zin van de Europese speelgoedrichtlijn geldt geen ondergrens.
Waardoor u de open categorie verlaat
Eén eis die u niet haalt, is genoeg. Boven 120 meter klimmen, het zicht op het toestel kwijtraken, over een mensenmenigte gaan, materiaal loslaten, sproeien, gevaarlijke goederen meenemen of de grens van 25 kilo overschrijden: elk van die gevallen brengt u onder de specifieke categorie, en uw verzekeringsregeling schuift mee.
Let op artikel 4, lid 1, punt f): het verbiedt elk afwerpen van materiaal, en niet enkel dat van gevaarlijke goederen. Dat detail sneuvelt in bijna alle samenvattingen die op het Vlaamse web circuleren.
Verzekering staat op het examenprogramma
Het theoretische examen A1/A3 bestrijkt ook de verzekering. Zij staat op de lijst van examenonderwerpen naast luchtvaartveiligheid, luchtruimbeperkingen, luchtvaartregelgeving, de grenzen van de menselijke prestaties, operationele procedures, algemene kennis van UAS, privacy en gegevensbescherming, en beveiliging.
De regelgever verwacht dus dat een piloot op afstand zijn verzekeringsplichten even goed kent als zijn vliegregels. In de gesprekken die wij voeren, is dat het onderdeel dat het minst is voorbereid, en het enige waarvan de gevolgen pas na een schadegeval merkbaar worden.
Van de categorie naar het contract
Blijft u niet binnen deze grenzen, dan geldt de specifieke categorie, met een Europees minimumkapitaal dat hier ontbreekt. Wanneer u zich moet melden bij het Directoraat-generaal Luchtvaart, staat op de pagina over de registratie als exploitant.
Of u een polis nodig hebt, en waarom het gewicht daar anders gelezen wordt dan hierboven, behandelt de verzekeringsplicht. Wat een contract werkelijk draagt, staat in de vergelijking van de waarborgen, waar de uitsluitingen even zichtbaar zijn als de dekkingen.
De drie categorieën in één schema
De toestelklassen en de subcategorieën horen bij elkaar. Het verzekeringsregime verschilt wel van de ene categorie tot de andere.