Verplichtingen
Is een droneverzekering verplicht in België?
Artikel 12 van het koninklijk besluit van 8 november 2020 verplicht elke UAS-exploitant in België tot een BA-verzekering. Er bestaat één uitzondering, en die vraagt twee voorwaarden samen: uitsluitend privégebruik en een maximale startmassa onder 900 gram. Beroepsmatig gebruik valt altijd onder de plicht.
Ja, voor zo goed als elke exploitant in België. Artikel 12 van het koninklijk besluit van 8 november 2020 verplicht iedere UAS-exploitant in de open categorie tot een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid, die lichamelijk letsel en materiële schade bij derden dekt. Er is één uitzondering en ze is smal: het toestel moet uitsluitend voor privédoeleinden dienen én een maximale startmassa onder 900 gram hebben. Zodra er beroepsmatig gevlogen wordt, geldt de plicht, ook voor een toestel dat in een jaszak past.
Artikel 12, woord voor woord
De tekst die vandaag geldt, is de geconsolideerde versie van artikel 12, zoals gewijzigd door het koninklijk besluit van 26 december 2022. Die wijziging verscheen in het Belgisch Staatsblad van 8 februari 2023 en werkt terug tot 1 januari 2023.
Elke UAS-exploitant die uitsluitend vluchtuitvoeringen behorend tot de categorie “open” uitvoert, sluit een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid af voor lichamelijk letsel en materiële schade aan derden, behalve indien dit slechts UAS betreffen die enkel voor privé-doeleinden worden gebruikt en waarvan de maximale startmassa minder dan 900 gram bedraagt.
Indien de gebruikte UAS een maximale startmassa van 20 kg of meer heeft, is de UAS-exploitant verzekerd conform de bepalingen van verordening (EG) nr. 785/2004.
Het woordje waarop alles draait, is “en”. Een toestel van 400 gram waarmee u een werf fotografeert voor een opdrachtgever, valt buiten de uitzondering. Een toestel van 1,2 kilo waarmee u op zondag boven uw eigen tuin vliegt, valt er evengoed buiten.
De twee voorwaarden gelden alleen samen
De uitzondering van artikel 12 werkt cumulatief. Privégebruik alleen volstaat niet, en een laag gewicht alleen evenmin. Ontbreekt één van de twee voorwaarden, dan herneemt de verzekeringsplicht haar volle werking.
De Nederlandse en de Franse versie van het besluit gebruiken beide een nevenschikkend verband, en de Belgische verzekeringssector geeft de regel sinds de bekendmaking van het wijzigingsbesluit in dezelfde bewoordingen weer. Een toestel onder 900 gram valt dus nooit automatisch buiten de plicht: het gewicht alleen beslist niets zolang het gebruik niet vaststaat.
Eén beroepsmatige vlucht is voldoende. De wet spreekt over UAS die “enkel voor privé-doeleinden worden gebruikt”, en het woordje “enkel” kijkt naar het volledige gebruik van het toestel, over de hele looptijd van de polis. Een fotograaf die zijn toestel doorgaans voor eigen plezier gebruikt en er twee keer per jaar een dakinspectie mee doet, valt onder de plicht.
Uw situatie in één tabel
| Uw situatie | BA-verzekering |
|---|---|
| Beroepsmatig gebruik, open categorie | verplicht, ongeacht het gewicht |
| Uitsluitend privégebruik, minder dan 900 gram | niet verplicht |
| Uitsluitend privégebruik, 900 gram of meer | verplicht |
| Specifieke categorie, elk toestel | regeling van verordening (EG) nr. 785/2004 |
| Maximale startmassa van 20 kg of meer | regeling van verordening (EG) nr. 785/2004 |
250 gram en 900 gram meten niet hetzelfde
Dit is de meest verspreide verwarring van het hele dossier, en ze circuleert ook op gespecialiseerde sites.
250 gram is een registratiedrempel. Boven die massa moet u zich bij het Directoraat-generaal Luchtvaart (DGLV) registreren als UAS-exploitant. Eronder ook, zodra het toestel een camera of een sensor draagt die persoonsgegevens kan vastleggen, wat bij vrijwel elk hobbytoestel onder 250 gram het geval is.
900 gram is een verzekeringsdrempel, en die speelt enkel bij een gebruik uitsluitend voor privédoeleinden.
De twee drempels staan los van elkaar en hebben niet hetzelfde voorwerp. Een toestel van 300 gram met camera, gebruikt voor het plezier, moet geregistreerd worden en heeft geen BA-verzekering nodig. Hetzelfde toestel dat één keer voor een klant opstijgt, moet geregistreerd en verzekerd zijn.
In de specifieke categorie verdwijnt de gewichtsgrens
Artikel 17 van hetzelfde besluit verwijst rechtstreeks naar de Europese regeling en kent geen enkele gewichtsdrempel:
Elke UAS-exploitant die vluchtuitvoeringen behorend tot de categorie “specifiek” uitvoert, is verzekerd conform de bepalingen van verordening (EG) nr. 785/2004.
Een toestel van 3 kilo dat in de specifieke categorie wordt geëxploiteerd, valt dus onder de Europese minimumbedragen, terwijl datzelfde toestel in de open categorie alleen onder een Belgische BA-plicht zonder minimumbedrag valt. De specifieke categorie brengt dus een Europees minimumkapitaal binnen dat de open categorie onder 20 kilo niet kent. Vliegen buiten direct zicht, vliegen boven een gecontroleerde zone op de grond, werken onder een standaardscenario: elk van die situaties brengt u in de specifieke categorie.
Een exploitant die van open naar specifiek schuift, verandert niet alleen van procedure bij het DGLV. Hij verandert van verzekeringsregime, en zijn bestaande polis is daar niet automatisch op geschreven. Dat is het kantelpunt dat op de Belgische markt het minst wordt uitgelegd.
Het wettelijke minimum staat in bijzondere trekkingsrechten
Voor luchtvaartuigen met een maximale startmassa onder 500 kilo, en daaronder vallen alle civiele drones, legt artikel 7 van verordening (EG) nr. 785/2004 een minimumdekking op van 0,75 miljoen bijzondere trekkingsrechten (BTR) per ongeval voor schade aan derden. Dat bedrag staat sinds 2004 onveranderd in de tabel van artikel 7, lid 1; geen van de latere wijzigingsverordeningen heeft die tabel aangeraakt.
Het bijzondere trekkingsrecht is een rekeneenheid van het Internationaal Monetair Fonds met een schommelende koers. Op 4 september 2026 was één BTR 1,180430 euro waard, wat het minimum op ongeveer 885.000 euro brengt. De wet drukt het bedrag uit in BTR: elke omrekening naar euro op deze pagina is indicatief en gedateerd.
0,75 miljoen BTR is een wettelijke bodem. De kapitalen die op de Belgische markt werkelijk worden aangeboden, lopen naargelang de maatschappij van 1.000.000 tot 2.500.000 euro, dus ruim boven dat minimum. Dat verschil weegt: ernstig lichamelijk letsel bij een derde loopt snel op tot bedragen die het minimum overschrijden, en wat boven het verzekerde kapitaal uitkomt, blijft voor rekening van de exploitant.
Wat de verplichting niet dekt
De plicht uit artikel 12 gaat over aansprakelijkheid tegenover derden. Over uw eigen materieel zegt zij niets, en dat is de klassieke ontgoocheling na een eerste schadegeval.
- Uw eigen toestel. Een crash, een harde landing, schade tijdens het transport: dat valt onder een cascodekking, die apart wordt onderschreven en die in de contracten die wij plaatsen haar eigen vrijstelling en haar eigen waarderingsregel heeft.
- De nuttige lading. Camera, gimbal, warmtebeeldsensor, lidar: de payload is vaak duurder dan het luchtvaartuig zelf en wordt in de meeste contracten afzonderlijk beschreven en beperkt.
- Geschillen. Een discussie met een opdrachtgever over een niet-geleverde vlucht, een betwisting over het gebruik van beelden, een verweer tegen een klacht over privacy: dat hoort bij rechtsbijstand en valt buiten de BA-dekking.
Het louter verdwijnen van een toestel (het vliegt weg en wordt nooit teruggevonden, zonder aanwijsbaar ongeval) is in de meeste contracten uitgesloten of streng beperkt. Een polis die alleen de wettelijke minimumplicht afdekt, verzekert de derde en laat uw eigen materieel voor uw rekening.
Eerst verzekeren, dan registreren
De volgorde verrast veel piloten op afstand. De registratie als UAS-exploitant gebeurt gratis via het droneportaal van het DGLV, en het nummer van uw verzekeringspolis wordt tijdens de procedure gevraagd. U moet dus verzekerd zijn om zich te kunnen registreren.
De FOD Mobiliteit en Vervoer zegt het met zoveel woorden: “Bij het registreren als exploitant zal gevraagd worden naar uw verzekeringsnummer.” Dat volgt uit artikel 14, lid 6, punt d), van uitvoeringsverordening (EU) 2019/947, dat in het registratiesysteem een polisnummer voorziet wanneer het nationale recht een verzekering oplegt. In België is dat het geval.
Nog een nuttige precisering: geregistreerd wordt de exploitant, niet het toestel. Eén exploitantnummer, zichtbaar en leesbaar aangebracht op elk van uw toestellen, dekt uw volledige vloot. Een tweede drone vraagt dus geen nieuwe registratie.
Wanneer een verzekeringsattest gevraagd wordt
Bij de registratie van de exploitant volstaat het polisnummer. In de procedure voor het indienen van een exploitatieverklaring in de specifieke categorie komt het woord verzekering niet voor. De plicht van artikel 17 geldt er wel degelijk.
Tijdens de vlucht bestaat er geen wettelijke verplichting meer om een attest bij te hebben. Het oude koninklijk besluit van 10 april 2016 legde dat wel op, maar dat besluit is op 31 december 2020 opgeheven en de verplichting is niet overgenomen. Wie op een Belgische site leest dat u uw attest op zak moet hebben, leest een regel die vijf jaar geleden verdwenen is.
In de praktijk komt de vraag naar het attest van uw opdrachtgever. Aannemers, studiebureaus en openbare besturen nemen het bewijs van BA luchtvaartaansprakelijkheid op in hun aanbestedingsstukken, met vermelding van het verzekerde kapitaal. Dat is meestal het moment waarop een exploitant ons voor het eerst belt.
Vliegen zonder verzekering: eerst administratieve maatregelen
Het koninklijk besluit van 8 november 2020 bevat geen enkele strafbepaling. Het voorziet enkel administratieve maatregelen, en die zijn voor een beroepsexploitant het pijnlijkst.
Artikel 11 laat de minister of zijn gemachtigde toe om aan een piloot op afstand die opzettelijk of door nalatigheid punt UAS.OPEN.060 schendt, elke vlucht te verbieden voor maximaal 24 maanden, en om het bewijs van vakbekwaamheid voor dezelfde duur te schorsen of in te trekken. Tegenover de exploitant die artikel 4 van verordening (EU) 2019/947 of deel A van de bijlage schendt, kan elke exploitatie voor maximaal 24 maanden verboden worden. In de specifieke categorie laat artikel 16 toe om een exploitatieverklaring, een exploitatietoelating of een LUC te verbieden, te beperken, te schorsen of in te trekken.
De strafrechtelijke kant staat in de wet van 27 juni 1937. Artikel 32 voorziet een gevangenisstraf van acht dagen tot één jaar en een geldboete met een wettelijke vermenigvuldigingsfactor, die op 1 september 2026 mee is verschoven met de inwerkingtreding van boek I van het nieuwe Strafwetboek. Het theoretische maximum van die schaal loopt in de miljoenen euro, want de schaal is geschreven voor de commerciële luchtvaart; geen enkele Belgische rechter heeft dat bedrag ooit benaderd voor een drone. Het enige cijfer dat zich hier laat meedelen, is de ondergrens: ongeveer 1.600 euro.
Het werkelijke risico ligt elders. Zonder burgerlijke aansprakelijkheid blijft de schade aan een derde integraal voor rekening van de exploitant, en op die blootstelling staat geen plafond. Ernstig lichamelijk letsel overstijgt snel wat een kleine onderneming absorbeert.
Bij een verplichte verzekering staat de benadeelde sterker
Artikel 151, § 1, van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen bepaalt dat bij verplichte aansprakelijkheidsverzekeringen de excepties, nietigheden en gevallen van verval van recht niet tegen de benadeelde kunnen worden ingeroepen. Omdat de droneverzekering in België wettelijk verplicht is, heeft die regel hier reële draagwijdte: een onbetaalde premie of een onjuiste verklaring kan de maatschappij tegenover de benadeelde derde niet vrijpleiten; zij kan zich nadien wel tegen haar verzekeringsnemer keren.
Praktisch gevolg: bij een slecht aangegeven gebruik wordt het slachtoffer vergoed en komt de rekening bij u terug. Daarom moet de aangifte van uw activiteiten, uw toestellen en uw exploitatiecategorie kloppen op de dag van onderschrijving, en bijgewerkt worden zodra ze verandert.
De familiale polis is geen droneverzekering
De uitzondering van 900 gram heft de verzekeringsplicht op, niet de aansprakelijkheid. Een privépiloot wiens toestel van 400 gram iemand verwondt, moet die schade vergoeden. De vraag wordt dan of de polis BA privéleven tussenkomt.
Het antwoord hangt af van het contract. Het koninklijk besluit van 12 januari 1984 somt in artikel 6 limitatief op wat een verzekeraar mag uitsluiten, en punt 15° vermeldt “de schade veroorzaakt door het gebruik van luchtvaartuigen die aan een verzekerde toebehoren of door hem in huur genomen of gebruikt worden”. Een drone is een luchtvaartuig in de zin van de wet van 27 juni 1937. De uitsluiting is dus toegelaten, zonder verplicht te zijn.
De meeste Belgische maatschappijen brengen het hobbytoestel daarna commercieel terug binnen, met drempels die geen enkele reglementaire grondslag hebben en die van maatschappij tot maatschappij sterk verschillen: de laagste drempel die wij op gepubliceerde algemene voorwaarden aantroffen ligt onder 1 kilo, de hoogste bij 150 kilo. Een courant hobbytoestel van 1,4 kilo is bij sommige maatschappijen gedekt en bij andere niet. Beroepsmatig gebruik is bij alle maatschappijen die de drone benoemen uitgesloten.
De FOD Mobiliteit en Vervoer waarschuwt zelf in zijn FAQ dat sommige maatschappijen de exploitatievoorwaarden van drones beperken in hun uitsluitingsclausules, op gewicht of op hoogte, en verwijst de gebruiker uitdrukkelijk naar zijn makelaar. Geen enkele piloot op afstand beslist dit alleen door zijn polis te lezen.
De FAQ van de overheid loopt achter op haar eigen besluit
Op 9 september 2026 geeft de Nederlandstalige FAQ van de FOD Mobiliteit en Vervoer de verzekeringsplicht in de open categorie nog weer zoals ze vóór 2023 luidde: de plicht voor elke exploitant onder 20 kilo, en de regeling van verordening 785/2004 vanaf 20 kilo, zonder één woord over de uitzondering onder 900 gram. De geconsolideerde tekst in het Belgisch Staatsblad heeft voorrang.
Dat verklaart waarom het Vlaamse web op dit punt verdeeld is. Sommige pagina’s geven de regel van 2023 correct weer, andere hernemen de FAQ. Als u ergens gelezen hebt dat een droneverzekering verplicht is “ongeacht het gewicht”, dan hebt u een zin gelezen die juist was tot 31 december 2022.
Modelvliegen valt onder een eigen artikel
Artikel 17/2, ingevoegd door hetzelfde wijzigingsbesluit en van kracht sinds 1 januari 2023, regelt het modelvliegen apart. De plicht rust er op de eigenaar van het modelluchtvaartuig, of bij gebrek daaraan op de piloot, eventueel via een collectief contract van de club. De club zelf moet daarnaast een eigen BA-verzekering afsluiten. Er is hier geen enkele massadrempel voorzien: de uitzondering onder 900 gram geldt niet in dit artikel.
De Europese verordening legt zelf geen bedrag vast
Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947 bepaalt nergens een minimumkapitaal. Ze verwijst systematisch naar het Unierecht en het nationale recht: het registratiesysteem bevat een polisnummer “indien vereist”, de exploitant bevestigt bij een verklaring dat een passende verzekeringsdekking voorhanden zal zijn, en verzekering is een van de examenonderwerpen van het theoretische examen A1/A3. Het bedrag komt dus altijd uit verordening (EG) nr. 785/2004 of uit het Belgische besluit.
Wie zijn dekking wil beoordelen, leest de drie teksten samen: de categorie komt uit 2019/947, de plicht uit het koninklijk besluit van 8 november 2020, het minimumbedrag uit 785/2004.
Verder in de wetgeving
Uw exploitatiecategorie bepaalt welk regime op u van toepassing is: de open categorie en de specifieke categorie volgen niet dezelfde regels. De registratie als exploitant heeft haar eigen drempels.
Voor wat een contract werkelijk dekt, zet de vergelijking van de waarborgen de uitsluitingen op hetzelfde niveau als de dekkingen. Vliegt u voor uw beroep, dan beschrijft de professionele pagina de factoren die de premie doen schommelen.