De dronewetgeving die in België geldt, staat in drie teksten.
Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/945
omschrijft de klassen van het toestel, van C0 tot C6.
Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947
legt de exploitatiecategorieën en de vliegregels vast. Het
koninklijk besluit van 8 november 2020
voert die teksten bij ons uit en schrijft de verzekering voor.
Het bevoegde gezag is het Directoraat-generaal Luchtvaart, het DGLV, binnen de FOD
Mobiliteit en Vervoer. Het Europese kader komt van het Agentschap van de Europese Unie
voor de veiligheid van de luchtvaart, de EASA, en de minimumbedragen van de verzekering
komen uit verordening (EG) nr. 785/2004.
Wat volgt, geeft de stand van zaken weer, met bij elke bewering haar bron en de dag waarop
wij die hebben nagekeken. De regelgeving van vóór 31 december 2020, met haar klassen 1 en
2 en haar drempel van één kilo, is opgeheven. Leest u haar ergens nog als geldend recht,
dan loopt die pagina vijf jaar achter.
Principeschets. In de open categorie wordt het plafond van 120 meter gemeten van
het punt van opstijgen, niet van het zeeniveau.
Artikel 12 van het koninklijk besluit van 8 november 2020 verplicht elke UAS-exploitant in België tot een BA-verzekering. Er bestaat één uitzondering, en die vraagt twee voorwaarden samen: uitsluitend privégebruik en een maximale startmassa onder 900 gram. Beroepsmatig gebruik valt altijd onder de plicht.
De open categorie dekt de vlucht met een laag risico: onder 120 meter, in direct zicht, zonder vlucht boven een mensenmenigte, met een toestel van minder dan 25 kilo. Zij valt uiteen in drie subcategorieën, A1, A2 en A3, naargelang de afstand tussen u en de personen die niet aan de vlucht deelnemen.
Zodra één eis van de open categorie niet meer gehaald wordt, verschuift de vluchtuitvoering naar de specifieke categorie. De verzekeringsregeling volgt daar een andere logica: de Europese verordening geldt zonder enige gewichtsdrempel, ook voor een toestel van 3 kilo.
In België registreert u de exploitant, niet het toestel. De stap is gratis, verplicht vanaf 250 gram, en vanaf de eerste gram zodra de drone een camera draagt. Tijdens de procedure wordt naar het nummer van uw verzekeringspolis gevraagd.
5 bronnen · nagekeken op 09/09/2026
De exploitatiecategorieën en hun gevolgen
De Europese verordening rangschikt drones niet naar gebruik, niet naar beroep en niet
naar prijs. Zij rangschikt ze naar het risico van de vluchtuitvoering. Hetzelfde
toestel kan dus onder twee regimes vallen, naargelang de plaats waar u het laat vliegen
en de manier waarop u het bestuurt. Dat is het eerste wat vastligt voordat er over
verzekering gesproken wordt, want de categorie beslist over de plicht.
Vergelijking van de drie exploitatiecategorieën van uitvoeringsverordening (EU)
2019/947: wat elk van hen omschrijft, welke formaliteit bij het
Directoraat-generaal Luchtvaart vereist is, en welke verzekeringsregeling geldt.
Categorie
Wat haar omschrijft
Formaliteit
Verzekering
Open
Vlucht in direct zicht, onder 120 meter, met een startmassa onder 25 kilo, zonder vlucht boven een mensenmenigte.
Registratie van de exploitant en een onlineopleiding. Geen voorafgaande toelating.
Verplicht, behalve bij uitsluitend privégebruik met een toestel van minder dan 900 gram.
Specifiek
Alles wat de open categorie niet toelaat: buiten direct zicht, hoger dan 120 meter, of te dicht bij personen.
Verklaring op grond van een Europees standaardscenario, exploitatietoelating per geval, of een licht exploitantencertificaat.
Verplicht in alle gevallen, zonder gewichtsdrempel.
Gecertificeerd
Vervoer van personen, gevaarlijke goederen, of vlucht boven mensenmenigten met een toestel van meer dan 3 meter.
Certificatie van het toestel, licentie van de piloot op afstand en erkenning van de exploitant.
Verplicht, met minimumbedragen die de startmassa volgen.
De grote meerderheid van de Belgische exploitanten werkt onder het open regime. De
overstap naar de specifieke categorie komt sneller dan gedacht: een inspectie van een
pyloon die boven de toegelaten hoogte uitkomt, een vlucht boven een bezette werf, of
een opmeting waarbij de piloot op afstand zijn toestel uit het oog verliest, is telkens
voldoende.
Wat de klassen C0 tot C6 toelaten
De klassemarkering wordt door de fabrikant aangebracht, in de fabriek. Zij laat zich na
de aankoop niet verkrijgen en niet inhalen. Zij bepaalt hoe dicht u bij personen mag
komen, en dus zo goed als alles wat u in de praktijk bezighoudt.
De zeven klassen van gedelegeerde verordening (EU) 2019/945, met voor elk van hen de
maximale startmassa en de subcategorie die zij toegankelijk maakt.
Klasse
Startmassa
Wat zij opent
C0
minder dan 250 g
A1, ook boven alleenstaande personen
C1
minder dan 900 g
A1, zonder opzettelijke vlucht boven personen
C2
minder dan 4 kg
A2, op 30 meter van personen, 5 meter in de lagesnelheidsmodus
De orde van de stappen verrast vaak. Men verwacht het toestel te verzekeren zodra de
registratie binnen is; het loopt net omgekeerd. Het polisnummer wordt gevraagd tijdens
de registratie van de exploitant, op het portaal van het Directoraat-generaal
Luchtvaart. Zonder contract komt die procedure niet tot haar einde.
Het minimumbedrag van de waarborg komt niet uit het Belgische recht maar uit verordening
(EG) nr. 785/2004, die de kapitalen in bijzondere trekkingsrechten uitdrukt. Voor een
licht toestel ligt de bodem rond 885.000 EUR. De Belgische
maatschappijen bieden in de praktijk kapitalen van 1 tot 2,5 miljoen euro aan, omdat die
wettelijke bodem ernstig lichamelijk letsel slecht opvangt.
Eén punt verdient nog aandacht: de regelgeving legt de burgerlijke aansprakelijkheid op,
en niets anders. Uw toestel, uw sensoren, het verlies aan omzet na een stillegging en uw
geschillen horen bij facultatieve waarborgen, die afzonderlijk worden onderhandeld.
De vergelijking van de zes waarborgen
laat zien welke er per formule inbegrepen zijn.
Wat op 1 januari 2026 veranderd is
Exploitatieverklaringen die op nationale standaardscenario's steunden, zijn niet langer
geldig. Er bleven drie wegen open: het Europese standaardscenario, de toelating die per
geval wordt afgegeven, of het lichte exploitantencertificaat. Welke van de drie er ook
gekozen is, het verzekerde risico is veranderd, en het contract hoort dat te volgen.